OLIJK

Olijk was uit de trein gestapt bij Rotterdam C.S. De hele weg vanaf Schiphol had hij alleen maar naar het landschap gestaard. Elke kilometer grasland friste zijn herinnering op aan Nederland zoals hij dat in 1981, samen met zijn moeder, verliet. Nu keek hij zijn ogen uit toen hij zich omdraaide naar het nieuwe station. Prachtig en wat glom het bijzondere dak mooi in het waterige zonnetje. Van het weertype hier verwachtte hij niet veel. Zijn moeder had hem aangeraden genoeg dikke truien mee te nemen. Het is altijd koud in Holland, zelfs als de mensen daar denken dat het warm is, zei ze lachend. Zelf wilde ze voor geen goud meer terug naar het land waar ze haar zoon had gekregen.

Op het plein voor het station kwam een fitte zestigplusser Olijk tegemoet. ”Ik zie het al, jij bent de zoon van Hendrik Hamerslag en ik heet Ben. Welkom, jongen. Je lijkt gelukkig op je moeder. Wat vond ik dat een stuk.“ Nederlanders zijn heel direct in hun benadering van volstrekte vreemden, dat schoot Olijk gelijk te binnen na die laatste opmerking. Overigens klopte het wel, zijn moeder was een stuk en haar leeftijd deed daar niets aan af.

De mannen liepen richting Kruiskade, omdat Ben veronderstelde dat een Oosterse maaltijd wel passend zou zijn voor iemand die helemaal uit Thailand was overgekomen. Ze vonden een Vietnamees restaurant en Olijk was te beleefd om te zeggen dat de gerechten daar niets met de Thaise keuken te maken hadden. Ben had hem al toevertrouwd dat hij, als echte wereldreiziger, wel wist dat alles met noodles of rijst hetzelfde smaakte. Overigens prefereerde deze echte wereldreiziger het eten dat hij Ouderwetse Chinees noemde. Een lekker bakkie Babi Pangang en ik ben helemaal tevreden, jongen.”

Tussen het eten door was Ben doorlopend aan het woord. In alle kleurrijke anekdotes speelde hijzelf de hoofdrol. Zodra Olijk wilde inbreken op alweer een succesverhaal, luidde het commentaar dat er nog even iets verteld moest worden. Ben leek niet te beseffen dat de belangstelling van zijn tafelgenoot met name uit ging naar familiezaken.

“Het spijt me dat ik niet eerder kon komen, maar ik had totaal geen contact met mijn vader en ik wilde dat ook niet meer. Het leek me nogal schijnheilig om ineens de verloren zoon uit te hangen.”

“Ach, jongen, dat begrijp ik toch. Heb ik je nou al verteld over die You Tube filmpjes die ik maak met mijn kleinzoon, Joplin? Nou ja, hij is niet echt mijn kleinzoon, maar het voelt wel zo.”

Olijk keek uit het raam en nam een ferme slok bier. Als dit zo door bleef gaan zou hij er nooit achter komen hoe zijn vader aan zijn einde was gekomen.

Het boek OLIJK is in bewerking en wordt in 2019 gepubliceerd.