KEET

Jolijt noemde het de venijnige ouderdom, een staat van chagrijn en ontevredenheid. Bij haar moeder Keet uitte zich dat in korzelige opmerkingen en lange tirades vol zelfbeklag. Ze gaat er eens goed voor zitten, dacht Jolijt zodra ze haar moeder aan de telefoon kreeg. Ook zonder skype kon ze zich moeiteloos een beeld vormen van de negentigjarige die de hoorn van de ouderwetse telefoon vastklampte alsof het haar reddingslijn was. Notitieboekje bij de hand, want daarin had ze alles genoteerd wat in de afgelopen dagen hopeloos verkeerd was gegaan. De medewerksters van de thuiszorg, buurvrouwen, de bezoeksters van ‘de kerk’, iedereen koos het hazenpad zodra die zwarte lijst aan de orde kwam. Helaas, voor Jolijt bestond er geen uitweg. Van de enige dochter werd verwacht dat zij geduld en aandacht kon opbrengen .
“Hoe is het, mam?”
“Vreselijk, kind, het is vreselijk hier. Ik heb vanochtend drie kwartier moeten wachten op iemand van Saartje Thuiszorg om me te douchen. Dan belooft zo’n vrouw dat ze er om acht uur zal zijn, maar ze kan waarschijnlijk niet eens klok kijken. Drie kwartier in mijn duster gezeten en steeds naar de bel gelopen om te controleren of die niet stuk was. Dat had ook gekund, de hele installatie deugt niet en de VVE doet niets. Als ik de zogenaamde voorzitter benader zegt hij dat hij niet elke dag de bellen kan controleren, want hij moet ook naar zijn werk. Werk? Hij is een bejaarde. Als je hem over de galerij ziet sloffen denk je dat hij niet lang meer heeft. Maar wel voorzitter van de VVE worden, want daar krijgt hij een vergoeding voor, die ouwe centenbijter…”
“Maar nu ben je lekker gedoucht en kan je koffie gaan drinken. Toch?”
“Ja, ja, jij denkt dat het allemaal zo makkelijk gaat. Nou, die zogenaamde thuiszorgster laat de natte handdoeken op de grond vallen en ze zeemt echt de muren van de douche niet even. Nee, dat mag je moeder oplossen. Negentig jaar oud en door mijn zere knieën zakken om handdoeken op te rapen, zo slecht is het gesteld met de thuiszorg. En nu blijkt dat de buurvrouw het verkeerde merk koffie voor me heeft gekocht. Van die dure Douwe Egberts, terwijl ik nog zo had gezegd dat ik het huismerk wilde. Uit de folder, want ik had alle kortingen aangestreept. Je denkt toch niet dat ik dure koffie kan kopen van mijn A.O.W.‘tje? Jij doet dat trouwens ook verkeerd. Als we samen boodschappen doen kijk jij naar de dingen die op ooghoogte staan, maar je moet naar de onderste plank kijken, daar staan de voordelige artikelen. Je bent 65, dan mag ik toch verwachten dat je zoiets weet. Kijk omlaag…”
“Hoog Sammie, kijk omhoog Sammie, dat was zo’n leuk liedje van Ramses Shaffy, weet je nog?” Jolijt vouwde haar was op, terwijl ze af en toe een korte reactie in haar telefoon sprak. Eigenlijk was dat niet nodig, want Keet ging gewoontegetrouw op in haar eigen monoloog .
“En die thuiszorgster draagt een trui en een spijkerbroek. Vreselijk, zoiets moeten ze verbieden bij Saartje. Vroeger droegen verpleegsters een uniform met een mooi wit kraagje. Zo’n zuster zag er tenminste keurig uit. Mijn buurvrouw is secretaresse. Dat heet volgens haar tegenwoordig management assistente. Allemaal onzin, want ze draagt echt geen deux píeces naar haar werk. Ook een spijkerbroek, net als jij trouwens. Maar je bent 65! Gedraag je naar je leeftijd zou ik zeggen……”
Jolijt zuchtte, nu begon het historisch kleding overzicht. Hoe beeldig hadden de dames eruit gezien die gingen dansen bij Pschorr op de Coolsingel. In changeant zijden jurkjes swingden ze op de muziek van de Ramblers. En de witte schortjes van de serveersters bij Ruteck’s, ook onvergetelijk.

Koop nu het boek Keet en klik hier.