Het boek Jolijt

Het verhaal speelt zich af in het jaar 2017. Door terugblikken op gebeurtenissen uit de afgelopen halve eeuw worden allerlei maatschappelijke veranderingen belicht. De hoofdpersonen vertegenwoordigen drie generaties. Zo wordt een brug geslagen van oude hippies naar hippe vloggers, van Lou de Palingboer naar mindfulness, van stad naar platteland. Wat verandert? Wat verbindt?
De zestigers en veertigers verfraaien hun herinneringen naar willekeur en schuwen enig bedrog niet. De zestienjarigen verbazen zich daarover en kiezen hun eigen weg. Maar de paden van de generaties lopen vaak parallel en daar waar ze elkaar ontmoeten gloort een nieuwe toekomst. Voor alle leeftijden.

Als voorproefje twee pagina's uit het boek.

2017

Hagel spijkert de winter tegen de ruiten. In de tuin prikken zwarte bomen hun takken in de duisternis. Er kleppert een hek en de storm blaast een rood kinderwantje in het onrustige water van de vijver. Guur weer zeggen mensen tegen elkaar, terwijl ze hun tegenstribbelende honden uitlaten.
In haar slaapkamer ligt Jolijt. Ze heeft een groot eikenhouten bed met linnen lakens en een dikke schapenwollen deken. Dat slaapt stukken beter dan een dekbed met een strijkvrije overtrek. De kruik aan het voeteneind is nog lekker warm. Op de hoes staat in sierlijke letters “welterusten” geborduurd. De grote teen van Jolijt raakt net de W.
Het barre weer heeft nauwelijks invloed op de hangbuikzwijnen Fritzl en Schnitzl. Iemand, waarschijnlijk een dierenliefhebber met plannen voor een lange vakantie, loodste hen ooit de tuin in en daar zijn ze gebleven. Jolijt koestert geen bijzondere genegenheid voor het stel, maar ze hebben elkaar, krijgen op tijd te eten en dat zou zelfs voor de meeste mensen voldoende zijn, dus al helemaal voor hangbuikzwijnen.
In haar huis aan de dijk, waar het ruikt naar hout in de potkachel, ligt Anna op de bank. Af en toe kijkt ze over de glimmend zwarte klei naar het fietspad verderop. Haar tweeling, Janis en Joplin, gaat tegenwoordig uit op een tijdstip dat zij vroeger thuis moest zijn. Ze heeft alle opmerkingen al gehoord over zuipketen op het platteland en ze herkent moeiteloos de lucht van nederwiet in de kleren van Joplin. Hoe ga je om met die nieuw verworven vrijheid van je kinderen en de angst in jezelf? Ze neemt nog een beker kruidenthee. Valeriaan dit keer.
Kilometers verder jaagt de Maas snel door de grote stad en klotst in boze golven tegen de oevers. Achter het enige verlichte raam in een hoog gebouw zit Hendrik en hij luistert naar Leonard Cohen terwijl de storm voort raast. Hij maakt zich geen zorgen over slaapgebrek, want hij hoeft morgen toch niet vroeg op. Hoewel, morgen is het zondag dan hoefde dat al nooit. Hij begint de dagen van de week door elkaar te halen en legt zich berustend neer bij hun gelijkvormigheid.
Zie hier de mensen over wie je een verhaal kunt schrijven.


1960

Soms was de Maas zo groen als erwtensoep, dan weer had het de kleur van leisteen, wisselend per seizoen en weertype. Hendrik hield het meest van wat hij de Wilde Maas noemde, die had golven van donker grijs water met wit schuim. En hij walgde van de Maas die door het open zwembad stroomde. Het stonk er en er waren ratten. Toen hij die zag meende hij te begrijpen waar de uitdrukking zwemmen als een rat vandaan kwam. Het open zwembad werd ’s zomers als een vierkante vergiet in het water aan de kade gelegd. De jeugd kreeg er zwemles en iedereen vermaakte zich optimaal in het water dat zich het best als open riool liet kenschetsen. Veel ouders van het Noordereiland waren om andere redenen blij met het zwembad: het bespaarde een gang naar het badhuis of gezeul met een zinken teil voor de wekelijkse wasbeurt. Geen douches in de voor-tussen-achterwoningen, alleen de naoorlogse flats hadden die. Niet voor dagelijks gebruik overigens. Het was veel te veel werk om alle emmers met voorgeweekt wasgoed en de wringer elke dag uit het douchehok te halen. Dat kwam ’s Zaterdags wel. Het hoorde bij de magie van zaterdagavond. Met z’n allen fris gewassen in schone, gestreken pyjama’s naar Dorus kijken of naar de Mounties. Nog steeds onder de indruk van het wonder zwart-wit televisie. Die had niet iedereen, maar de ouders van Hendrik wel en daar was hij wat trots op. Zijn moeder schonk op zaterdag Exota uit een beugelfles en bij die limonade kreeg hij een gevulde koek, na negen uur afgewisseld door een schaaltje met noten. Iets om de hele week naar uit te kijken.
Noten en zuidvruchten werden gelost aan de Prins Hendrikkade, samen met talloze andere stukgoederen. Die vracht werd opgestapeld, met grote dekzeilen eroverheen. “De pakken” noemden Hendrik en zijn vriendjes het berglandschap met dekzeilen. Het was hun favoriete speelplek, hoewel de beklimming vaak werd verstoord door een bewaker die er rondliep. ”De waker, de waker” riep dan degene die op de uitkijk stond, meestal een jongetje dat zelf niet durfde klimmen. Spannend, zo was het. Vooral toen Ben, de koene allesdurver, vertelde hoe hij een kist had opengemaakt waar pinda’s in zaten. Hij had ze allemaal alleen opgegeten, wat dachten ze dan? Veel te lekker. Een dag daarna was hij ziek. De pinda’s waren vergiftigd zei hij en de bewondering van zijn vrienden was groot. Vergiftigde pinda’s en het overleven, je zou het toch maar meemaken. Hendrik twijfelde slechts heel even, vooral omdat zijn vader lachte en zei dat het een onzinverhaal was. Een jongetje kon echt geen kist in zijn eentje openmaken. En bovendien, er was toch een waker aan de kade?
Toen het vliegdekschip de Karel Doorman aanmeerde aan de Maaskade kreeg menige jongensdroom vorm. Al die mannen in hun matrozenpakken, echt stoer. Geen zee ging hen te hoog en al moesten ze maanden door op een rantsoen van vergiftigde pinda’s, zij stonden paraat voor het vaderland. Hendrik en zijn vrienden hadden geen idee wat die missie voor het vaderland in hield, maar dat het spannend zou zijn konden ze wel raden. Ben zei al gauw dat hij aan een matroos die op wacht stond had gevraagd of hij mee mocht. En? Nee, antwoordde hij plechtig, ik moet eerst school afmaken, dat is belangrijk bij de marine. Het hoeft niet de zeevaartschool te zijn voegde hij er aan toe, omdat hij wel wist dat zijn ouders al voor de L.T.S. hadden gekozen. Je moest vooral technisch zijn, dus het zat met hem wel goed. Hendrik deed er teleurgesteld het zwijgen toe. Het hoofd van de School met den Bijbel had voor hem H.B.S. geadviseerd.

Koop nu het boek Jolijt en klik hier.